P r o j e c t   L e r m o n t o v
П р о е к т   Л е р м о н т о в



Молитва / Gebed  -  Тамара / Tamara  -  И скучно и грустно / Verveeld en verdrietig  -  Смерть / De dood  -  К *** / Voor ***  -  stuur een mail
-
 -

Lermontovs origineel:

Молитва - 1829

Не обвиняй меня, всесильный,
И не карай меня, молю,
За то, что мрак земли могильный
С еŽ страстями я люблю;
За то, что редко в душу входит
Живых речей твоих струя;
За то, что в заблужденье бродит
Мой ум далёко от тебя;
За то, что лава вдохновенья
Клокочет на груди моей;
За то, что дикие волненья
Мрачат стекло моих очей;
За то, что мир земной мне тесен,
К тебе ж проникнуть я боюсь,
И часто звуком грешных песен
Я, боже, не тебе молюсь.

Но угаси сей чудный пламень,
Всесожигающий костŽр,
Преобрати мне сердце в камень,
Останови голодный взор.
От страшной жажды песнопенья
Пускай, творец, освобожусь,
Тогда на тесный путь спасенья
К тебе я снова обращусь.

Transliteratie:

Molitva - 1829

Ne obvinjaj menja, vsesil'nyj,
I ne karaj menja, moljoe,
Za to, tsjo mrak zemli mogil'nyj
S jejo strastjami ja ljoebljoe;
Za to, tsjto redko v doesjoe vchodit
Zjivych retsjej tvoich stroeja;
Za to, tsjto v zabloezjden'e brodit
Moj oem daljoko ot tebja;
Za to, tsjto lava vdochnoven'ja
Klokotsjet na grudi mojej;
Za to, tsjo dikije volnen'ja
Mratsjat steklo moich otsjej;
Za to, tsjo mir zemnoj mne tesen,
K tebe zh proniknoet' ja bojoes',
I tsjasto zvoekom gresjnych pesen
Ja, bozhe, ne tebe moljoes'.

No oegasi sej tsjoednyj plamen',
Vsesozjigajoesjtsjij kostjor,
Preobrati mne serdtse v kamen',
Ostanovi golodnyj vzor.
Ot strasjnoj zjazjdy pesnopen'ja
Poeskaj, tvorets, osvobozjoes',
Togda na tesnyj poet' spasen'ja
K tebe ja snova obrasjtsjoes'.

Letterlijke vertaling:

Gebed - 1829

Beschuldig me niet, almachtige,
En bestraf me niet, bid ik,
Omdat ik de doodse duisternis der aarde
En haar hartstochten liefheb;
Omdat zelden mijn ziel betreedt
De stroom van uw levendige woorden;
Omdat op een dwaalspoor dwaalt
Mijn verstand ver van u vandaan;
Omdat een lava van bezieling
Opborrelt in mijn borst;
Omdat wilde verlangens
Het glas van mijn ogen verduisteren;
Omdat de aardse wereld me benauwt,
Ik bang ben me tot u te wenden,
En ik vaak met de klank van mijn zondige liederen niet tot u bid, god.

Maar doof die wonderlijke vlam,
Dat allesverzengende vuur,
Verander mijn hart in een steen,
Stop de hongerige blik.
Van de vreselijke dorst naar gezang
Verlos me, schepper, bevrijd me,
Dan zal ik op het smalle pad der redding
Weer naar u terugkeren.

PoŽtische vertaling:

Gebed - 1829

Vergeef mij alstublieft, mijn vader,
Ik smeek u, straft u mij toch niet,
Omdat ik van het zwart der aarde
En haar onstuimigheid geniet;
Omdat maar schaars mijn ziel betreden
De woorden die u monter spreekt;
Omdat in mijn verdwaalde rede
De afstand tot mijn heer zich wreekt;
Omdat een vloed van inspiratie
In mijn verhitte borstkas kolkt;
Omdat een driftige vocatie
De blik uit mijn gezicht bewolkt;
Omdat de wereld me beangstigt,
Omdat uit vrees 'k me niet bekeer,
En vaak als ik gedichte klank zucht
Mij niet tot u richt, o mijn heer.

Maar doof die wonderlijke vlammen,
Dat alles verzengende vuur,
Laat alstublieft mijn hart verlammen,
Besluit mijn hongerig getuur;
Verlos me van die dorst naar dichten,
Bevrijd me, schepper, van gezang,
Dan zal ik mij tot u weer richten
Door der redding smalle gang.





Lermontovs origineel:

Тамара – 1841

В глубокой теснине Дарьяла,
Где роется Терек во мгле,
Старинная башня стояла,
Чернея на чёрной скале.

В той башне высокой и тесной
Царица Тамара жила:
Прекрасна, как ангел небесный,
Как демон, коварна и зла.

И там сквозь туман полуночи
Блистал огонёк золотой,
Кидался он путнику в очи,
Манил он на отдых ночной.

И слышался голос Тамары:
Он весь был желанье и страсть,
В нём были всесильные чары,
Была непонятная власть.

На голос невидимой пери
Шёл воин, купец и пастух;
Пред ним отворялися двери,
Встречал его мрачный евнух.

На мягкой пуховой постели,
В парчу и жемчуг убрана,
Ждала она гостя… Шипели
Пред нею два кубка вина.

Сплетались горячие руки,
Уста прилипали к устам,
И странные, дикие звуки
Всю ночь раздавалися там.

Как будто в ту башню пустую
Сто юношей пылких и жён
Сошлися на свадьбу ночную,
На тризну больших похорон.

Но только что утра сиянье
Кидало свой луч по горам,
Мгновенно и мрак и молчанье
Опять воцарялися там.

Лишь Терек в теснине Дарьяла,
Гремя, нарушал тишину;
Волна на волну набегала,
Волна погоняла волну;

И с плачем безгласное тело
Спешили они унести;
В окне тогда что-то белело,
Звучало оттуда: прости.

И было так нежно прощанье,
Так сладко тот голос звучал,
Как будто восторги свиданья
И ласки любви обещал.

Transliteratie:

Tamara – 1841

V gloebokoj tesnine Dar'jala,
Gde rojetsja Terek vo mgle,
Starinaja basjnja stojala,
Tsjerneja na tsjornoj skale.

V toj basjne vysokoj i tesnoj
Tsaritsa Tamara zhila:
Prekrasna, kak angel nebesnyj,
Kak demon, kovarna i zla.

I tam skvoz' toeman poloenotsji
Blistal ogonjok zolotoj,
Kidalsja on poetinkoe v otsji,
Manil on na otdych notsjnoj.

I slysjalsja golos Tamary:
On ves' byl zjelan'e i strast',
V njom byli vsesil'nye tsjary,
Byla neponjatnaja vlast'.

Na golos nevidimoj peri
Sjol voin, koepets i pastoech;
Pred nim otvorjalisja dveri,
Vstretsjal ego mratsjnyj jevnoech.

Na mjagkoj poechovoj posteli,
V partsjoe i zjemtsjoeg ubrana,
Zjdala ona gostja... Sjipele
Pred nejoe dva koebka vina.

Spletalis' gorjatsjie roeki,
Oesta prilipali k oestam,
I strannye, dikije zvoeki
Vsjoe notsj' razdavalisja tam.

Kak budto v toe basjnjoe poestoejoe
Sto joenosjej pylkich i zjon
Sosjlisja na svad'boe notsjnoejoe,
Na triznoe bol'sjich pochoron.

No tol'ko tsjto oetra sijan'e
Kidalo svoj loetsj po goram,
Mgnovenno i mrak i moltsjan'e
Opjat' votsarjalisja tam.

Lisj' Terek v tesnine Dar'jala,
Gremja, naroesjal tisjinoe;
Volna na volnoe nabegala,
Volna pogonjala volnoe;

I s platsjem bezglasnoje telo
Spesjili oni oenesti;
V okne togda tsjto-to belelo,
Zvoetsjalo ottuda: prosti.

I bylo tak nezjno prosjtsjan'e,
Tak sladko tot golos zvoetsjal,
Kak budto vostorgi svidan'ja
I laski ljoebvi obesjtsjal.

Letterlijke vertaling:

Tamara – 1841

In het diepe dal van de Darjal,
Waar de Terek door de nevel wroet,
Stond een eeuwenoude toren,
Zwart afstekend bij het zwart gesteente.

In die hoge en smalle toren
Woonde vorstin Tamara:
Mooi, als een hemelse engel,
Als een demoon, slinks en slecht.

En daar middernacht door de mist
Schitterde een gouden vuur,
Dat zich de reiziger in de ogen wierp,
Hem 's nachts lokte voor vertier.

En de stem van Tamara was te horen:
Vol van verlangen en hartstocht,
Er ging een almachtige bekoring vanuit,
Het was een onbegrijpelijke kracht.

Op de stem van de onzichtbare peri
Kwam soldaat, koopman en herder af
Voor hem openden zich de deuren,
Een donkere eunuch begroette hem.

Op een zacht, donzen bed,
Versierd met brokaat en parelmoer,
Wachtte zij op haar gasten... Bruisende
Wijn voor haar in twee bekers.

Hete handen verstrengelden zich,
Mond plakte aan mond
En vreemde, wilde geluiden
Weerklonken de hele nacht.

Alsof in die lege toren
Honderd jongens en vrouwen
Een nachtelijke bruiloft bijwoonden
Of een groot begrafenismaal.

Maar zodra het ochtendschijnsel
Zijn licht op de bergen wierp,
Heersten ogenblikkelijk
Duisternis en stilte daar weer.

Slechts de Terek in het Darjaldal
Verbrak rommelend de stilte;
Golf volgde golf,
Golf botste op golf;

En jammerend haastten zij zich
Een stemloos lichaam mee te voeren;
Bij het raam lichtte toen iets op,
Er klonk daarvandaan: pardon.

En het was zo'n teder vaarwel,
Zo zoet klonk die stem,
Alsof ze de passie van een ontmoeting,
En strelingen van liefde beloofde.

PoŽtische vertaling:

Tamara – 1841

In het diepe dal van Darjal,
Waar de Terek door de nevel wroet,
Stond een toren, eeuwen al,
Donker op een donkere voet.

In die smalle, hoge toren
Woonde Tamara, een vorstin:
Als een engel uitverkoren,
Als de duivel slinks en min.

En door de middernachtsmist
Schitterde een gouden vuur,
Dat de reiziger zijn blik grist,
En hem lokte in het nachtelijk uur.

Tamara's stem was er te horen:
Vervuld van verlangen en smacht,
Er klonk een almachtig bekoren,
Het was een ongrijpbare kracht.

Op de stem af van de onzichtbare
Kwamen herder, koopman en soldaat;
Bij de deuren die geopend waren
Wachtte hen een zwarte castraat.

Op een bed, door dons verfijnd,
Met brokaat gemaakt en paarlen,
Wachtte zij op gasten... Wijn
Bruiste fris in bokalen.

Hete handen werden ťťn,
Lippen plakten tegen lippen,
En door de hele nacht heen
Klonken vreemde, wilde snikken.

Alsof in die lege toren
Honderd vurige vrouwen
Een bruiloft kwamen verstoren,
Of een nachtelijk rouwen.

Maar zodra het ochtendlicht
Zijn stralen op de bergen scheen.
Regeerden als bij bliksemschicht
Weer duisternis en diepe vree.

Slechts de Terek in het dal
Verbrak de stilte klotsend;
Golven volgden golven al,
Golf op golfje botsend,

En voerden haastig en ontwricht
Een stemloos lichaam met zich mee.
Achter een venster brandde licht,
Er klonk 'het spijt me' naar benee.

Het was zo'n teder vaarwel,
Die stem daar klonk zo zacht,
Dat je aan vervoeringen, jawel,
Aan strelingen van liefde dacht.




Lermontovs origineel:

И скучно и грустно – 1840

И скучно и грустно, и некому руку подать
В минуту душевной невзгоды...
Желанья!.. что пользы напрасно и вечно желать..?
А годы проходят - все лучшие годы!

Любить... но кого же..? Hа время - не стоит труда,
А вечно любить невозможно.
В себя ли заглянешь? - там прошлого нет и следа:
И радость, и муки, и всё там ничтожно...

Что страсти? - ведь рано иль поздно их сладкий недуг
Исчезнет при слове рассудка;
И жизнь, как посмотришь с холодным вниманьем вокруг Такая пустая и глупая шутка...

Letterlijke vertaling:

Verveeld en verdrietig – 1840

Verveeld en verdrietig, en geen hand om vast te houden
In tijden van geestelijke tegenspoed...
Verlangen! Wat is de zin van eeuwig en vergeefs verlangen?
En jaren gaan voorbij – de beste jaren!

Beminnen... maar wie dan? Voor even is de moeite niet waard,
En voor altijd beminnen is onmogelijk.
Kijk eens in jezelf? – daar is geen spoor van een verleden:
En vreugde, en leed, dat alles is onbetekenend...

Wat hartstochten? – want vroeg of laat zal hun zoete droefheid Verdwijnen door een woord van het verstand;
En is het leven, zoals je met een beetje aandacht om je heen Kunt zien, een zinloze en onnozele grap...

PoŽtische vertaling:

Verveeld en verdrietig – 1840

Verveeld en verdrietig, en om vast te pakken geen hand
In tijden van innerlijk lijden...
Verlangen..! Maar waar is in eeuwig verlangen 't verstand?
De tijden verstrijken - de beste der tijden!

Beminnen..! Maar wie? Kortstondig 's moeite niet waard
En eeuwig beminnen bestaat niet.
Want kijk eens naar binnen? Geen spoor van 't verleden bewaard:
Geluk niet, verdriet niet, het goed niet, het kwaad niet.

Wat hartstocht? Want vroeger of later is 't lieflijke leed
Door rede verstomd, stap voor stapje,
En 't leven is, zo je oplettend kunt zien om je heen
Een dom en onnozel en redeloos grapje.


Lermontovs origineel:

Смерть – 1831

Обopванa цепь жизни молодой,
Окончен путь, бил час, пора домой,
Пора туда, где будущего нет,
Ни прошлого, ни вечности, ни лет;
Где нет ни ожиданий, ни страстей,
Ни горьких слŽз, ни славы, ни честей.
Где вспоминанье спит глубоким сном,
И сердце в тесном доме гробовом
Не чувствует, что червь его грызет.
Пора. Устал я от земных забот.
Ужель бездушных удовольствий шум,
Ужели пытки бесполезных дум,
Ужель самолюбивая толпа,
Которая от мудрости глупа,
Ужели дев коварная любовь
Прельстят меня перед кончиной вновь?
Ужели захочу я жить опять,
Чтобы душой попрежнему страдать
И столько же любить? Всесильный бог,
Ты знал: я долее терпеть не мог;
Пускай меня обхватит целый ад,
Пусть буду мучиться, я рад, я рад,
Хотя бы вдвое против прошлых дней,
Но только дальше, дальше от людей.

Letterlijke vertaling:

De dood – 1831

De keten van het jonge leven is verbroken,
Het pad is geŽindigd, het uur heeft geslagen,
Tijd om naar huis te gaan, tijd om te gaan waar geen
Toekomst is, geen verleden, geen eeuwigheid, geen jaren;
Waar geen verwachtingen zijn, geen hartstochten,
Geen bittere tranen, geen roem, geen eer.
Waar de herinnering een diepe slaap slaapt,
En het hart in zijn nauwe, doodse huis
Niet voelt dat een worm aan hem knaagt.
Het is tijd. Ik heb genoeg van aardse zorgen.
Zal echt de redeloze herrie van het plezier,
Zal echt de marteling van zinloze gedachten,
Zal echt het zelfingenomen publiek
Dat door levenswijsheid dom is
Zal slinkse liefde van maagden
Mij voor het einde opnieuw verleiden?
Zal ik echt wederom willen leven,
Opdat mijn ziel als tevoren kan lijden,
En evenzoveel kan beminnen? Almachtige god,
U wist: ik kon 't niet meer verdragen;
Laat mij de hele hel maar omarmen,
Laat mij maar lijden, ik zou blij zijn, blij,
Desnoods twee keer zoveel als de laatste dagen,
Als ik maar ver, ver van de mensen kan zijn.

PoŽtische vertaling:

De dood – 1831

De keten van 't jong leven is verbroken,
Het pad is ten einde, het uur heeft geslagen,
't Is tijd om te gaan waar geen toekomst is,
Geen vroeger, geen eeuwig, slechts doemenis.
Waar geen hoop is, geen blijde verwachting,
Geen bitter huilen, geen roem, geen achting.
Waar herinnering niets is dan een droom,
En 't hart in zijn krappe, geestloze woon
Niet voelt dat een worm hem doorknaagt.
't Is tijd. Er is van mij te veel gevraagd.
Zou de redeloze herrie van vertier,
Zou de kwelling van 't zinledige gemier,
Zou de zelfingenomenheid van 't volk,
Dat nog dom was als het wijsheid molk,
Zou de liefde van listige vrouwen,
Mij van het eind kunnen weerhouden?
Zou ik dan toch weer willen leven,
Mij als vanouds aan 't lijden willen geven,
En als vanouds beminnen? Almachtige god,
U wist: ik bracht het niet meer op;
Laat mij gerust de hele hel omarmen,
Mijn lijden zal erbarmen zijn, erbarmen,
Desnoods lijd ik twee keer zoveel pijn,
Als ik maar ver weg van de mensen kan zijn.




Lermontovs origineel:

К *** - 1830

Не думай, что я был достоин сожаленья,
Хотя теперь слова мои печальны; - нет;
Нет! Все мои жестокие мучениья -
Одно предчувствие гораздо больших бед.

Я молод; но кипят на сердце звуки,
И Байрона достигнуть я б хотел;
У нас одна душа, одни и те же муки;
О если б одинаков был удел..!

Как он, ищу забвенья и свободы,
Как он, в ребячестве пылал уж я душой,
Любил закат в горах, пенящиеся воды,
И бурь земных и бурь небесных вой.

Как он, ищу спокойствия напрасно,
Гоним повсюду мыслию одной.
Гляжу назад - прошедшее ужасно;
Гляжу вперŽд - там нет души родной!

Transliteratie:

K *** - 1830

Ne doemaj, tsjto ja byl dostoin sozjalen'ja,
Chotja teper' slova moi petsjal'ny; – net;
Net! Vse moi zjestokije moetsjen'ja –
Odno predtsjoevstvije gorazdo bol'shich bed.

Ja molod; no kipjat na serdtse zvoeki,
I Bajrona dostignoet' ja b chotel;
Oe nas odna doesha, odni i te zje moeki;
O esli b odinakov byl oedel..!

Kak on, isjtsjoe zabven'ja i svobody,
Kak on, v rebjatsjestve pylal oezj ja doesjoj,
Ljoebil zakat v gorach, penjasjtsjijesja vody,
I boer' zemnych i boer' nebesnych voj.

Kak on, isjtsjoe spokojstvija naprasno,
Gonim povsjoedoe myslijoe odnoj.
Gljazjoe nazad – prosjedsjeje oezjasno;
Gljazjoe vperjod – tam net doesji rodnoj!

Letterlijke vertaling:

Voor *** - 1830

Denk niet, dat ik medelijden waardig ben,
Hoewel mijn woorden nu treurig zijn; nee;
Nee! Al mijn diepe lijden – 
Alleen een voorgevoel van veel groter leed.

Ik ben jong; maar klanken koken in mijn Hart, ik zou Byron willen bereiken;
Wij hebben ťťn ziel, en hetzelfde leed;
O, als ons lot ook maar hetzelfde was..!

Net als hij zoek ik zorgeloosheid en vrijheid,
Ook mijn ziel brandde al sinds mijn kindertijd,
Ik hield van de zonsondergang in de bergen, van bruisend water, van aardse en hemelse stormen.
Net als hij zoek ik tevergeefs naar rust,
We jagen overal dezelfde gedachte na.
Ik kijk terug – een vreselijk verleden;
Ik kijk vooruit – daar is geen zielsverwant!


PoŽtische vertaling:

Voor *** - 1830

Denk niet dat ik u vraag om medelijden,
Hoewel mijn woorden nu dan treurig zijn;
Nee, nee! Al mijn intense diepe lijden
is slechts een voorgevoel van erg're pijn.

Ik ben jong, maar klanken koken in mijn hart,
En ik zou tot Byron willen reiken;
Want wij hebben ťťn ziel, dezelfde smart;
Kon ook ons lot nu maar gelijken..!

Ook ik begeer vergetelheid en vrijheid
Ook mijn ziel brandt van jongsaf aan
Voor bruisend water, voor der bergen weidsheid,
Voor stormen, voor de zon zien ondergaan.

Ook ik zoek tevergeefs naar vrede,
Wij volgen steeds dezelfde theorie.
Ik kijk terug – een vreselijk verleden;
Ik kijk vooruit – maar geen verwante ziel!






terug

















op alle vertalingen rust copyright - lermontovs teksten zijn rechtenvrij